Een klimaathoop die mogelijk niet bestaat

Decennialang hebben klimaatwetenschappers vastgehouden aan een voorzichtig optimistische theorie over de Zuidelijke Oceaan: naarmate de wereldtemperaturen stijgen en Antarctische gletsjers smelten, zou het in het ijs gevangen ijzer worden vrijgegeven in de omliggende wateren, waardoor uitgestrekte bloeiende microscopische algen worden gevoed. Nieuw onderzoek daagt nu dit geruststellende verhaal uit.

Hoe de theorie zou moeten werken

De ijzerbemestingshypothese berust op een gevestigde observatie: grote gebieden van de Zuidelijke Oceaan zijn wat wetenschappers 'hoog-nutriënt, laag-chlorofyl' zones noemen. Antarctische gletsjers bevatten ijzerdeeltjes die van bedrock zijn geschraapt tijdens hun vorming.

Waar de theorie mislukt

Het nieuwe onderzoek identificeert verschillende problemen in deze redenering. Ten eerste is de vorm waarin ijzer wordt vrijgegeven door smeltende gletsjers van enorm belang. Het meeste ijzer in glaciaal smeltwater is gebonden in minerale vormen die niet gemakkelijk door micro-organismen worden opgenomen.

Implicaties voor klimaatmodellen

Het verzwakken van de ijzerbemestingstheorie heeft directe implicaties voor klimaatmodellering. Sommige projecties hebben ijzerbemesting opgenomen als een negatieve terugkoppeling die de opwarming gedeeltelijk zou temperen.

Het grotere beeld

Het onderzoek betekent niet dat ijzerbemesting geen rol speelt in de koolstofdynamiek van de oceaan. Maar het suggereert dat rekenen op versneld smelten van gletsjers om een klimaatvoordeel te leveren misleidend is.

Dit artikel is gebaseerd op berichtgeving van Phys.org. Lees het originele artikel.